donderdag 18 februari 2010

Er bestaan slechts twee dingen

In het denken of de ontologie van Spinoza bestaan er slechts twee dingen. Enerzijds dingen die in zichzelf bestaan, anderzijds dingen die in iets anders bestaan. Het eerste axioma is noodzakelijkerwijs:

Axima 1 Al wat is, is in zichzelf of in iets anders.

Twee dingen dus, te weten substantie en bestaanswijzen (modi). In het bewijs van Stelling 15 schrijft hij: ‘… buiten substantie en bestaanwijzen is er niets (vgl Ax 1)’. Deze twee termen worden gedefinieerd aan het begin van het boek.

Def III Onder ‘substantie’ versta ik datgene, wat op-zich-zelf bestaat en uit zichzelf moet worden begrepen; dat wil zeggen datgeven, waarvan het begrip niet het begrip van iets anders, waaruit het zou moeten worden afgeleid, vooronderstelt.

De substantie bestaan in zichzelf en is oorzaak van zichzelf. De substantie bestaat noodzakerlijk en is niet geschapen, maar een eeuwige waarheid. Het hoort tot het wezen van de substantie te bestaan. Essentie en existentie vallen hier volledig samen. Allen al uit haar definitie moet men tot het bestaan van de substantie besluiten. Het bestaan van de substantie is geen mogelijkheid, het is een strikte en absolute noodzakelijkheid.

Op geometrische wijze uiteengezet (2)

Elk voor zich legt zijn persoonlijke klemtonen bij hetgeen Spinoza in zijn Ethica naar voren schuift. Zijn meetkundige verteltrant hoort daar doorgaans niet bij. De overtuigingskracht die hier voor sommigen van uitgaat, werd geleend uit een wereld (de wiskunde) die in geen enkele relatie lijkt te staan met hetgeen Spinoza uiteen wil zetten.
Spinoza zelf zegt hierover in zijn briefwisseling met Johannes Bouwmeester (…) dat er noodzakelijkerwijs een heldere en duidelijke methode moet bestaan, volgens welke wij onze heldere en duidelijke voorstellingen kunnen besturen en met elkaar verbinden, en dat het verstand niet, zoals het lichaam, aan toevalligheden is onderworpen. Hierbij moet weliswaar het onderscheid worden gemaakt tussen de methode en het ware begrijpen van de dingen zelf. De methode vormt de reflectie op het ware begrijpen wat ons op een niet toevallige manier tot verdere ware inzichten brengt. Het gaat om reflectie op een al gegeven waarheid in de vorm van intuïtieve kennis. Over het waarom van de keuze voor precies de geometrische methode geeft Spinoza weinig verdere uitleg. De reflectieve ontdekkingsmethode die wordt gebruikt is het afleiden van waarheden uit een centrale definitie. Belangrijk voor wat volgt is dat bij Spinoza de redenering die wordt gevolgd, bedoeld is om de causale orde van de dingen te verstaan en niet de concrete opeenvolging van de dingen in de tijd. Deze laatste zijn door het oneindig aantal factoren toch niet door de mens te achterhalen.
Desalniettemin vormt deze aanpak een struikelblok voor de toegankelijkheid van zijn werk voor een breder publiek. Maar zij biedt ook voordelen: Zo verplicht Spinoza zijn lezers tot een groter intellectueel engagement dan wanneer hij de zaken in een heldere gedachtentaal had gegoten.
Ik maak mij sterk dat Nietzsche hetzelfde doel voor ogen had wanneer hij koos voor zijn, eerder literaire vorm van mystificatie. Zij dwingen ons naar een noodzakelijk abstractieniveau voor de studie van de voorgelegde materie.
Zelf zie ik de gekozen vorm eerder als een soort mnemotechnische aangelegenheid, een manier om ons brein dusdanig te masseren dat iets nieuws er toegang toe kan krijgen. Niet willekeurig maar met een inherente samenhang die toelaat dat de totstandkoming van een idee aan kritische analyse kan worden onderworpen. De lezer neemt zelf deel aan de reis van de auteur door in de gehanteerde taal te stappen. Een daadwerkelijke behandeling van het werk of zelfs een begin van begrip ervan, impliceert, zoals ik al aangaf, echter steeds een vertaling. Deze daad overstijgt de getrouwe reproductie en het zijn precies de onzuiverheden ten opzichte van het origineel die een tekst leven inblazen.
Steven

Op geometrische wijze uiteengezet

Het eerste wat opvalt als men de ethica ter hand neemt, en dit zelfs voordat men een letter heeft gelezen, is zijn eigenaardige, geometrische vorm. Er is hevig gediscussieerd geweest in hoe verre deze vorm samenhangt met de methode en inhoud van het boek. En deze discussie is nog niet geëindigd en zal nooit tot een einde komen. Ook al omdat Spinoza geen afzonderlijke beschouwingen wijdt aan deze problemen. Heinrich Heine, een hevige bewonderaar van Spinoza, had het er niet zo mee. Hij schreef: ‘Een grote geest vormt zich door door een andere grote geest niet zozeer door assimilatie als wel door wrijving. De ene diamant slijpt de andere. Zo heeft de filosofie van descartes geenszins die van Spinoza voortgebracht, maar slechts bevorderd. Daarom vinden we bij de leerling in de eerste plaats de methode van de meester; dat is een groot winstpunt. In de tweede plaats vinden we bij Spinoza, net als bij Descartes, de aan de wiskunde ontleende bewijsvoering. Dat is een groot gebrek. De wiskundige vorm geeft Spinoza een hard uiterlijk. Maar dat is als de harde schil van een amandel; de kern is des te aangenamer.’
Ook Nietzsche haalt er zijn neus voor op: ‘Of zelfs de hocus-pocus in mathematische gedaante waarmee Spinoza zijn filosofie – ‘de liefde voor zijn wijsheid’ tenslotte, om dat woord correct en rechtvaardig te verklaren – als met brons pantserde en maskeerde, om daarmee bij voorbaat de aanvaller te ontmoedigen die deze onoverwinnelijk maagd en Pallas Athene een blik zou durven toewerpen: - hoeveel eigen timiditeit en kwetsbaarheid verraadt deze maskerade van een eenzelvige zieke!’.

Heel de filosofie van Spinoza is gebouwd op een doorwrocht metafysisch fundament. Alle andere aspecten – de kennisleer, antropologie, ethica, taalfilosofie, … - vloeien voort uit de metafysische grondgedachten, die Spinoza in het eerste boek van zijn Ethica uiteenzet.